Opdracht 1 – Jouw ervaring met eenzaamheid

Beschrijf een zo recent mogelijke ervaring waarin eenzaamheid een rol speelde, of waarin gedachten, gevoelens of gedrag die gepaard gaan eenzaamheid je blokkeerde. Doe dit zo beeldend mogelijk. Gebruik (eventueel) de hulpvragen hieronder. Deze opdracht heb je nodig in een latere module.

  • In welke specifieke situatie bevond je je? Beschrijf zoveel mogelijk van wat er te zien en te ervaren was (feitelijke waarneming).
  • Wat deed je (of deed je juist niet) in die specifieke situatie (feitelijk gedrag)?
  • Waarom deed je wat je deed (of deed je juist niet wat je niet deed)? Waardoor was je in staat te doen wat je deed? Welke eigenschappen, vaardigheden of talenten heb jedaarvoor ingezet?
  • Welke gedachten had je op dat moment? Waar was je van overtuigd?
  • Wie was jij op dat moment? In welke rol zie je jezelf in die situatie?
  • Wat wilde je feitelijk bereiken op dat moment? Als je je geblokkeerd voelde, waarleidde de weg achter die blokkade dan naartoe?